21/07

 

Chokri Ben Chikha

Michel Houellebecq, Onderworpen

 

Voor het eerst in mijn leven denk ik aan God, overweeg ik serieus het idee van een soort Schepper die al mijn bewegingen in de gaten houdt, en mijn eerste reactie is duidelijk: niets meer of minder dan angst. Het idee dat Hij zich ineens bewust zou worden van mijn bestaan, dat hij zijn hand zwaar op me zou laten drukken en dat ik bijvoorbeeld kanker aan mijn kaak zou krijgen, dat is een veelvoorkomende vorm van kanker bij rokers, Freud heeft het ook gehad, ja, kanker aan de kaak lijkt plausibel. Hoe moet ik verder na de verwijdering van mijn kaak? Zal ik dan toch in elk geval de elementaire moed hebben om zelfmoord te plegen? Zelfs dat is niet zeker. 
Ik word plotseling bevangen door de sensatie dat alles zal verdwijnen. Dat zwarte meisje dat daar op bus 21 staat te wachten met haar krullenkop en haar kont strak in een spijkerbroek, zal verdwijnen, of in elk geval serieus worden heropgevoed. Voor het winkelcentrum staan collectanten voor Greenpeace, ook zij gaan verdwijnen. Er komt een jongeman met een kastanjebruine baard op me af met zijn stapel folders, en het is alsof hij al bij voorbaat is verdwenen. 
De lingerieshops in de winkelstraten zijn nog steeds geopend, die zullen dan weer nietverdwijnen, die hebben niets te vrezen van het islamitisch regime. De rijke Saoudische vrouwen, overdag gekleed in ondoordringbare zwarte boerka's, veranderen 's avonds in paradijsvogels en tooien zich met taillebanden, opengewerkte bh's, strings versierd met fleurig kantwerk en edelstenen: precies het tegendeel van de westerse vrouwen, die overdag classy en sexy zijn omdat hun sociale status op het spel staat, maar 's avonds als ze thuiskwamen in elkaar zakken, uitgeput elk idee van verleiding laten varen en zich omkleden in losse, vormloze kleren. Zou Myriam ook zo worden, binnen tien, twintig jaar?