WOUTER VAN BELLINGEN fragment uit 'Salaam Europa!' – Kader Abdolah

 

De hekajat van Maria in Antwerpen toen ze nog lang niet in verwachting was van Jezus

 

De processiestoet stopte uiteindelijk toch, ergens buiten het centrum. Maria werd met een kar weggebracht en de sjah liep terug naar zijn verblijfadres.

Mijn studente en ik verheugden ons erop dat hij eindelijk de Ne­derlandse grens zou bereiken. We waren benieuwd wat hij in Neder­land zou gaan doen en vooral wat hij over Amsterdam zou schrijven. Ik hield de gebeurtenissen in het land nauwlettend in de gaten, zodat ik ze in mijn boek kon opnemen.

In Nederland is het deze dagen een beetje druk wat im1nigranten betreft. Gisteren bereikte het dorp Geldermalsen het wereldnieuws. CNN zond er een reportage over uit. De verslaggever nam zelfs het woord 'veldslag' in de mond: 'A battle in a small vil/age in the Nether­lands.'

Ik was daar en ik heb het met mijn eigen ogen gezien, het was in­derdaad een veldslag.

CNN zond ook een paar opnames van 'the battle' uit, als je goed keek kon je mij ook in die veldslag zien.

lk zocht net op Google Maps Geldermalsen op, om het dorp beter te kunnen plaatsen. Want als je met navigatie rijdt, weet je eigenlijk niet waar en hoe je precies rijdt. Nu weet ik het wel. Als je een cirkel om Rotterdam, Breda, Eindhoven, Arnhem en Almere trekt, dan ligt Geldermalsen precies in het midden.

Het riviertje de Linge meandert door de gemeente heen en daar­door is de grond ü1 Geldermalsen altijd vruchtbaar geweest.

Voor zover ik weet en voor zover ik het uit de oude boeken kon ha­len, heeft er in de afgelopen vijfhonderd jaar niets bijzonders in het dorp plaatsgevonden. Er zijn wel twee ongelukken gebeurd waar de bewoners van het dorp lange tijd over spraken alsof het wereldnieuws was.

Het eerste gebeurde in de tijd dat de sjah van België per trein naar Nederland reisde. Een boer uit Geldermalsen genaamd Jan Koeman was onder een trein gekomen. Ee11 Rotterdamse krant bracht het nieuws als volgt: 'Gisteren is een Geldermalser boer, die zonder op te letten met een koe aan een touw de spoorbaan over wilde steken, door een trein gegrepen en gedood.'

De sjah meldt ook zo'n ongeluk als hij onderweg naar Rotterdam is. Maar de Rotterdamse krant heeft geen n1elding gemaakt van de aanwezigheid van de sjah in de trein. En wat ik ook deed, ik kon de exacte tijd en datum niet vinden in de memoires van de reisgenoten van de sjah.

De tweede gebeurtenis betrof een andere boer, die Cor Kley heette. Hij was lange tijd vermist en werd overal gezocht, maar men kon hem niet vinden. Het bleef een tijd lang een raadsel waar hij was ge­bleven, tot de rivier de Linge hem opeens afzette naast een vissersboot aan de kade. 1J1 de aanwezigheid van de burgemeester en een paar honderd dorpsbewoners werd het lijk van Cor Kley naar de kerk ge­bracht voor een laatste dienst.

Dan was er een gebeurtenis die wél het wereldnieuws haalde. Op 31 januari 1995 werden de inwoners van Geldermalsen gedurende vijf da­gen verplicht geëvacueerd vanwege de gevaarlijk hoge waterstand van de Maas en de Waal. Ze werden allemaal met liefde en respect door de bewoners van andere dorpen en gemeentes ontvangen. Het was voor ben eigenlijk een soort verplicht gezellig samenzijn bij anderen .

. Dat was het, en verder is er in de afgelopen eeuwen niets merk­waardigs gebeurd in dat dorp. En dan rijst de vraag: hoe is het moge­lijk dat in zo'n rustig dorp zo veel geweld wordt gebruikt?

De inwoners van Geldermalsen hadden door de natuur altijd brood op tafel, fruit in hun manden, melk in hun flessen en vlees in hun keukens. Waarom moesten ze dan zo veel geweld gebruiken om de Syrische vluchtelingen buiten hun dorp te houden? En het geweld dat ze gebruikten was erger dan wat men op CNN had laten zien. Ik kan het weten, want ik was daar en ik heb het persoonlijk meege­maakt.

Mijn studente Iris, clie de sociale meclia volgde, liet me weten dat er een protestmars zou plaatsvinden in Geldermalsen. Ik vond het eerst niet zo bijzonder, want in die tijd waren er overal protesten in ge­meentes als er asielzoekers naartoe werden gebracht. Maar Iris zei dat er in de sociale media heel veel harde uitspraken werden gedaan. En dat mensen van plan waren de gemeenteraadsvergadering binnen te vallen om de komst van een asielzoekerscentrum tegen te houden.

'Laten we dan gaan kijken wat daar aan de hand is,' zei ik tegen Iris.

We pakten de auto en reden via Utrecht naar Geldermalsen. Het was donker toen we het dorp bereikten, maar de toegangsweg naar het dorp was druk en er stond een ongebruikelijk lange file.

Er stonden drie auto's vol jonge mannen voor ons die nu al leuzen riepen: 'Azc, weg ermee! Daar moet een piemel in, daar moet een piemel in!'

Om njet lang in de file te hoeven staan parkeerde ik langs de weg en we gingen te voet verder. Je voelde de spanning verder oplopen naarmate je dichter bij het centrum kwam. Het was een buitengewo­ne gebeurtenis in zo'n rustig dorp. Je hoorde geluiden die daar niet thuishoorden. Ik zag angst in de ogen van de bewoners. Je kreeg het gevoel dat er in één klap honderden jihadisten, terroristen, enge n1os­lims en moslima's in het dorp kwamen wonen.

Iris vond het spannend om in Geldermalsen te zijn in plaats van in haar eentje op haar studentenkamertje te zitten. Bovendien wist ze dat we niet voor een avontuur naar Geldennalsen waren gegaan, maar om de gebeurterussen waar te nemen voor dit boek.

De protesttocht was begonnen, zo'n tweeduizend mensen met spandoeken liepen richting het gen1eentehuis. We sloten ons bij hen aan.

Een aantal dorpsbewoners die anti-islam en antivreemdeling wa­ren hadden hun kans schoon gezien om hun stem te laten horen, ze riepen hardop: 'Wegwezen, wegwezen!' En de rest van de betogers, die zoiets nog nooit hadden meegemaakt, riep zachtjes: 'Wegwezen, wegwezen! 'Doe normaal,' zei ze zacht en ze trok me aan mijn mouw.

'Azc, weg ermee, weg ermee!' riepen de demonstranten en ik riep met ze mee.

De politie had hekken geplaatst voor het gemeentehuis, \vaar nu de raadsvergadering gaande was.

De aanwezigheid van de oproerpolitie, de hoge hekken en een paar panL􀀙erwagens verhoogden de spanning. Een groep jonge gespierde mannen wist de controle over de mars in handen te krijgen, ze riepen nu nog harder: 'Weg ermee! Weg ermee!' en schopten tegen de hek­ken. Door hun gewelddadigheid werden de andere demonstranten opgewonden en ze toonden een ander gezicht. Ze lieten hun aarzelin­gen varen en bestormden de hekken. Zo'n tweeduizend mensen rie­pen tot hun eigen schrik hardop: 'Weg! Weg! Weg!' En ze schudden aan de hekken en probeerden ze uit de cementblokken te trekken om het gemeentehuis binnen te vallen, terwijl mevrouw de burgemeester machteloos achter het raam van de vergaderzaal stond toe te kijken.

De politie, die zo veel geweld niet verwacht had, belde om hulp en begon met waarschuwingskogels te schieten. De betogers werden nog agressiever, ze trokken de hekken los en gooiden ze naar de glazen deur van het gemeentehuis. Toen ging iedereen met stenen en lege flessen naar de ruiten gooien.

Inmiddels was er iets vreemds gebeurd. Tot mijn eigen schrik had ik meegedaan met de meest gewelddadige betogers. Ik riep uit alle macht 'Weg met de islam uit Geldermalsen, weg met het azc, weg met de vluchtelingen, weg met iedereen!' en ik trok met zo'n twintig man­nen en vrouwen het eerste hek uit de grond en we gooiden het naar de glazen deur van het gemeentehuis. Ik was boos, ik was geweldda­dig geworden tegen iedereen, ik gooide n1et lege flessen en vernielde de ruiten van het gemeentehuis. Iris dacht dal ik gek was geworden en zelf begreep ik ook niet waarom ik dat deed. Op een gegeven mo­ment werd er een groot stuk illegaal Chinees vuurwerk naar het raam van de vergaderzaal gegooid. Het gemeentehuis werd n1et meer vuur­werk bestookt. Er kwam extra politie. De oproeragenten sloegen ie­dereen met stokken om ze uit het gemeentehuis te weren. Ik kreeg een paar harde klappen tegen mijn rug. Met tranen in mijn ogen pakte ik een kapotte stoel waarmee ik tegen de rug van de eerste de beste agent sloeg en ik riep: <Weg ermee! Weg ermee!' Ik was kwaad, ik was woedend, ik kon me niet meer beheersen.

Iris trok me met al haar kracht naar achteren. Ik zag dat ze huilde: <Waarom doe je zo? Laten we gaan. Je hoort hier niet te zijn.'

Ik had rugpijn en kon dus niet rijden. Iris reed. Op de snelweg huilde ze zachtjes.

'Niet huilen, de sjah komt straks,' probeerde ik haar te troosten.

T

21/07

WOUTER VAN BELLINGEN fragment uit 'Salaam Europa!' – Kader Abdolah

Je kreeg het gevoel dat er in één klap  honderden jihadisten, terroristen, enge moslims en moslima's in het dorp kwamen wonen

Wouter Van Bellingen (°1972) is voormalig politicus en bestuurder. Van 2007 tot 2012 was hij schepen in Sint-Niklaas, van 2014 tot 2016 directeur van het Minderhedenforum. Vandaag is hij directeur van het Integratiepact ter bestrijding van discriminatie en de bevordering van respect.

JOKE VAN LEEUWEN fragment uit 'De onervarenen' – Joke Van Leeuwen

' ()hij wilde wel onder zijn eigen mensen blijven, zo zei hij dat, terwijl er nauwelijks mensen waren met wie hij omging als met eigen mensen. Zijn enige eigen mens was ik. Zelfs mijn moeder was hem niet eigen mens genoeg.

Ik blijf daar je eigen mens, zei ik.'

Joke Van leeuwen (°1952) publiceerde haar eerste kinderboek in 1978. Het schrijven en tekenen kwamen tot bloei in vele kinderboeken, die veelvuldig bekroond werden. In 1994 ontving 'Laatste lezers', haar eerste dichtbundel voor volwassenen, de C. Buddinghprijs. In 2012 ontving ze de Constantijn Huygensprijs voor haar hele oeuvre en een jaar later haalt haar roman 'Feest van het begin' de Ako Literatuurprijs binnen. Ze is ook voorzitter van PEN- Vlaanderen.

 

JOKE VAN LEEUWEN fragment uit 'De onervarenen' – Joke Van Leeuwen

Mijn moeder kwam thuis met geld en een vouwblad. Ze liet het me zien toen ik haar een portie geredde aardappe­len met ui en kaantjes bracht. Het lag in de winkelbiblio­theek, zei ze. Drie lede11 van de Maatschappij voor Over­zeese Volksplanting zouden in de stadsfeestzaal spreken over een nieuwe toekomst. Er stond een verhaal in over een volksplanting ergens ver weg, met ruimte en mooi weer. Het was niet duidelijk of die volksplanting al be­stond of dat die nog moest worden opgezet. We zagen gro­te waterputten voor ons met zevenhonderd mensen er­omheen en morsige huizen, want die kenden we uit het mengelwerk voor beschaafde kringen.

Een gravure toonde vriendelijke witte huisjes rond een groot grasveld. De verte leek een zee.

Zullen we alleen al uit nieuwsgierigheid naar die bij­eenkomst gaan, opperde mijn moeder. Als ik niet in een andere tijd kan leven, dan misschien wel op een andere plaats.

Ze zweeg even. Toen zei ze dat ergens ver weg niemand zou weten dat ze in het krankzinnigengesticht had geze­ten.

Ik ging op haar bed zitten en las de hele tekst hardop, dan drongen de woorden beter tot ons door.

 

 

 

Velen zijn u voorgegaan, de oceaan over, naar het Noor­den of het Zuiden! Wij begeleiden u naar een overzees rijk, waar gesmacht wordt naar goede landbouwers en nijveraars! Overdag is het er aangenaam warm en droog en 's nachts ruist ex groeizame regen! Hoe zou u, na mis­lukte oogsten, in verpaupering uw dagen slijtend, nog een toekomst kunnen geven aan uw kinderen en kindskinde­ren? Door naar een van de vruchtbaarste landen ter we­reld te vertrekken, een land waar men uw aanwezigheid toejuicht! Heeft u vrees om uw vaderland te verlaten? Be­sef dan dat uw nieuwe land voor uw nakomelingen hun vaderland zal zijn! Bent u te armlastig om een overvaart te bekostigen? Dan zullen kapitalisten u samen met de Maatschappij voor Overzeese Volksplanting geldelijk on­dersteunen! U hoeft slechts af te betalen als uzelf mid­delen verkrijgt door oogst of nijverheid! Het land is zo vruchtbaar dat u al spoedig overschotten zult oogsten en uw kapitaal zult kunnen doen groeien! Eenieder die van goede wil is krijgt grond! Ook dagloners kunnen land ontvangen! Er is tevens een mogelijkheid om te arbeiden op een indigoferaplantage! Bij aankomst zullen de eerste gewassen reeds oprij­zen en zal u een woning worden toegewezen! Grijp uw kans!

 

Daaronder stond in handschrift de datum vermeld waarop een bijeenkomst voor belangstellenden werd gehouden. Ik zei tegen 1nijn moeder dat die in de zaal was waar ik Ko­ben had ontmoet, op het kermisbal.

Indigofera, zei ze, dat klinkt mooier dan aardappels. blijven, zo zei hij dat, terwijl er nauwelijks mensen waren met wie hij omging als met eigen mensen. Zijn enige ei­gen mens was ik. Zelfs mijn moeder was hem niet eigen mens genoeg.

Ik blijf daar je eigen mens, zei ik.

Hij liep naar buiten, naar zijn eigen os, die kalm te gra­zen stond, en legde een arm over het beest. Zo zag ik hem daar staan, bij die geduldige os. Hij bewoog niet, ook niet toen de os zijn staart optilde en een flinke vlaai loosde.

Ik draaide me weg van het raam, haalde de vuile borden van de tafel, waar rrujn moeders weefwerk al niet meer op lag. Ik veegde een gemorste klodder weg. Er bleef een don­kere vlek in het hout van het tafelblad achter, tussen ver­trouwde vlekken en vegen van vroeger die de glans had­den weggevreten. Ik bekeek de gravure in liet vouwblad nog eens goed: de weidse zee, de weelderige bomen achter de huisjes die één raam meer hadden dan onze boerderij, de gedrapeerde gordijnen, met een paar fijne lijntjes aange­geven. En nergens een mens te bekennen.

 

21/07