26/07

 

Joke J. Hermsen

Belle Van Zuylen, Rebels en beminnelijk. Brieven

Aan Constant d’Hermenches, de nacht tussen zaterdag en zondag, 21 - 22 juli 1764

Ben ik niet erg ongelukkig? Ik had een geweldige behoefte aan slapen en ik dacht dat ik inderdaad slaap had; ik klaag, ik laat het avondeten snel beëindigen, maar op mijn kamer vind ik zeventien Engelse bladzijden van Boswell, ik lees ze, ik ga naar bed: en de zeventienduizend gedachten van mijn vriend Boswell, een vage herinnering aan de heer d’Hermenches, de betogen van de markies en van de Engelsen, dat alles tolt door mijn hoofd met zo’n heftigheid, dat ik niet langer dan een kwartier in bed heb kunnen blijven. Hier zit ik weer met de pen in mijn hand, ze zal weer over het papier lopen, die pen, naar de gril van mijn dwaze hoofd. Verwacht niets verstandigs, denk niet dat ik schrijf om je plezier te doen, ik schrijf omdat ik niet anders kan.